zondag 25 december 2016

Het Slagkruiserplan (3)



Doe je werk nou maar, jongen, als je dit verziekt dan helpe God je, want dan zal Meeuw je der uit donderen. Hij voelde even in de binnenzak van zijn colbert. Hij had de joet, die hij ook van Meeuw had gekregen nog in zijn zak zitten. Die had ’ie lekker uitgespaard door de KLM bus te nemen van af het Leidseplein en geen taxi vanaf het busstation, zoals Meeuw, die nogal op chique was, hem had opgedragen. “Reizen in stijl”, an me hoela, reizen in stijl, hij had nu twee kwartjes uitgegeven aan die bus en dus negen en een halve piek verdiend.
En, op het voelen van het blauwe biljet kwam een prettige gedachte bij hem op: als ‘tie nou vanavond, na de kring met de kameraden van de weerbaarheid afdeling eens bij Mie binnenwipte? De woordspeling bezorgde hem nog een binnenpretje en bijna had hij de lange, slanke en gebruinde man gemist die via een zijingang de aankomsthal was binnengekomen en nu wat spiedend om zich heen keek.
Kraai dook haastig weg achter een bord waarop een medewerker in het blauwe uniform van de KLM met een wisser de aankomsttijd van PH-OOI uitveegde en met krijt een andere aankomst opschreef. De man die door de zijingang was binnengekomen, had een kruier gewenkt en kreeg van deze een koffer, nam die naar een lange tafel waar een norse douane beambte deze nakeek, er een kruis opzette met groen krijt. De man pakte de koffer op en liep naar de toiletten.
Kraai volgde hem omzichtig. De reiziger droeg een kaki kleurig linnen pak met een paar sportieve schoenen en had een panama hoed op. Hij gaf een piccolo een dubbeltje om op zijn koffer te passen, terwijl hij het toilet inging. Kraai volgde nieuwsgierig. Eens kijken wat die chique mijnheer hem zou betalen als die te horen zou krijgen dat er een organisatie achter hem aanzat. Hij kon tegen Reiger altijd nog zeggen dat de man opeens een taxi had genomen en de pleiterik had gemaakt als hij zijn centen opstreek.
Hij glipte de toiletten binnen en keek zoekend rond. Niemand? Hoe kon dat nou? Hij bukte zich om onder de deuren te kijken. Ook hier zag hij nergens schoenpunten en broeken op enkels. Hij rechtte zijn rug weer en op dat zelfde moment kreeg hij een arm om zijn hals geslagen in een wurgende greep en een koud stuk metaal tegen zijn keel geduwd.
‘Vertel op’, siste een stem met een vaag Duits accent, ‘wer had jou gestuurd, hé?’
Hij stamelde wat en de druk om zijn keel werd heviger. ‘Meeuw’, kon hij amper uitbrengen, ‘Meeuw, Meeuw stuurde me, ik weet van ni…’
‘Helemaal falsch’, zei de man. ‘Ik weet dat je voor mij komt, maar ik zeg jou, ik heb die pegels niet, nog niet. Maar ik ga ze wel halen, nu. Daarom ben ik zurück gekomen, versta je? Die plannen ben ik kwijt. Maar de pegulanten heb ik verborgen en daarom ben ik dus hier.’
Het mes blikkerde even in de verlichting van het toilet en de blikkering werd weerkaatst door een spiegel.

Den Haag, maandag 20 mei 1935

“Van onze verslaggever:
Donderdag jl. werd het ontzielde lichaam van ene Evert K. aangetroffen in het herentoilet van de wachtruimte voor passagiers van onze luchthaven Schiphol in de gemeente Haarlemmermeer. Het slachtoffer was meerdere malen op gruwelijke wijze gestoken met een mes. De Kapitein der Marechaussee Van der Mark, commandant van de post Amstelveen, de post die tevens belast is met het handhaven van de orde op de vlieghaven, is, met behulp van de recherche van onze hoofdstad een diepgaand onderzoek gestart. Over het motief van de daad en de aard van de dader tast men nog volledig in het duister. Kapitein van de Mark zegt dat hij in zijn vele jaren als Marechaussee officier nog niet vaak zulk een bloedbad heeft gezien.
K. was overigens geen onbekende van de politie. Maar, zo vragen wij ons af waarde
lezer, waar blijft de veiligheid op straat, die de diverse regeringen Colijn ons al die jaren al belooft? Dat men in de duistere buurten onzer grote steden elkaar met messen te lijf gaat, daar kunnen wij niet omheen, het volk dat daar leeft, leeft bij het zwaard, maar een internationale vlieghaven is toch een oord waar netter publiek zich ophoudt en niet het volk van de stegen en krochten. Wij zullen U over de zaak K. scherp blijven informeren.”

Met een nijdig gebaar smeet Majoor Witten, hoofd van sectie G3 (afdeling S) van het ministerie van Defensie, De Telegraaf voor zich op het bureau, nauwelijks de twee witte koffiemokken missend die de twee geüniformeerde mannen aan de andere kant van het bureau daar hadden neergezet.
“Dood aangetroffen, ontzielde lichaam, messteek, kwats. De man is vermoord, zijn keel opengesneden van oor tot oor. En dat, mijne heren, was nu juist Uw taak om te voorkomen! Maar nee, onder de neuzen van de medewerkers van mijn sectie wordt K. vermoord. Verklaart U zich nader!”


Geen opmerkingen:

Een reactie posten