‘Nu, mij zei het aanvankelijk ook
niet zoveel, eerlijk gezegd’, merkte Witten op, ‘maar dat klopt ook wel want het is
een in uiterste geheimhouding ontworpen plan voor de bouw van drie grote sterke
schepen, zogenaamde slagkruisers. Alhoewel ik niet precies weet wat dat zijn,
leg eens uit mijn jongen?’
Peter begon: ‘Het is een scheepstype
dat zwaarder bewapend is dan de gewone zware kruiser, vaak haar bewapening
draagt op een romp ter grote van een slagschip en vaak ook de zwaarte van de
bewapening draagt van een slagschip, maar dat, doordat er een stuk minder
bepantsering is toegepast, een stuk sneller en beweeglijker is dan een
slagschip. De eigenlijke opzet van een slagkruiser is het jacht maken op
vijandelijke konvooien en, nadat ze de lichtere oorlogsschepen die dat konvooi
beschermden hebben uitgeschakeld, om dan het konvooi te vernietigen. Verder
zijn ze natuurlijk uitermate geschikt om tegen vlooteenheden bestaande uit
zware en lichte kruisers op te treden. Ze kunnen al vanaf ver hun doelen beschieten,
door de zwaarte van het geschut dat ze voeren en kunnen niet geraakt worden
door de lichtere bewapening van die kruisers en, mochten er slagschepen ingezet
worden, dan zijn ze als de bliksem verdwenen door hun veel hogere snelheid.
Althans, zo staat het in de theorie boeken. De Engelsen hebben nogal wat van
die mooie schepen verloren tijdens de slag bij Jutland, omdat ze daar in een
slagschiprol werden gebruikt. Sommige schepen verdwenen soms al na één
ongelukkige treffer in één van de munitie magazijnen. Die schepen kwamen
allemaal heel tragisch aan hun einde.’
De beide legerofficieren knikten en
de minister stak een sigaret op.
‘Ja, ja, oh dus dat zijn
slagkruisers, ja mijn ambtenaren hadden me wel iets verteld in die richting,
maar het juiste wist ik ook niet zo. Nu ja, enfin, wat jullie niet wisten, ik
zelf dus ook niet, is dat er verregaande plannen zijn gemaakt om voor ons land
drie van dat type schepen te bouwen!’ vertelde Witten.
Peter keek hoogst verbaasd. ‘Drie
slagkruisers? Maar wat een geld! En dat in deze tijd! Die dingen kosten
honderden miljoenen, neem ik aan! En de bemanning zal toch gauw, laat me
denken, een negenhonderd man zijn?’
De minister, die zich weer wat
hernomen had, knikte. ‘Bijna duizend man, dat klopt. En de kosten zijn hoog,
zeker in deze tijd. Maar vergeet U niet mijnheer, eh, mijnheer..?’ ‘Neelissen,
excellentie, en dit is mijn collega Winkelman.’ ‘ Wel, mijnheer Neelissen, U
ziet het goed, het is crisistijd en het project, zeg maar het plan, kost een
hele hoop geld. Maar er is een overweging gemaakt in de ministerraad. Er is een
oud Nederlands gezegde, U kent het vast, heren. Het luidt: “de kost gaat voor
de baat uit”, nietwaar?’ Hij nam een trek van zijn Chesterfield en kreeg een
hoestbui. ‘Dat is ook in dit geval zo. De bouw van die schepen zal worden
bekostigd uit de fondsen die we krijgen uit de Oost. Zoals U alle drie weet,
zijn onze inkomsten uit dat eilanden rijk heel hoog. Sterker nog, onze economie
drijft er bijna op. Olie, rubber, tin, noem maar op, al die zaken komen daar
vandaan, Maar ook meer banale producten als koffie, thee en bijvoorbeeld kopra
worden verhandeld. Dat alles produceert en wint men daar. Waar het moederland
het moet hebben van de door de crisis beperkte uitvoer van steenkool en
varkensvlees, boter en melkproducten, kan ons Indië een enorm exportoverschot
aantonen. Maar, mijne heren, de vijand ligt op de loer. Het keizerrijk Nippon,
het land van de rijzende zon, ziet met lede ogen aan dat de Gordel van smaragd
alsmaar rijker en rijker wordt, terwijl hun rijk, dat arm is aan grondstoffen,
deze bijna allemaal moet importeren, vaak uit Indië, of, zoals dat rijk nu
doet, deze te roven uit bezette gebieden. Ik hoef U Mantsjoerije niet in
herinnering te brengen, neem ik aan?’
Nee, daar wisten de drie overige
van. Ze hadden allen de kranten gelezen of naar het bioscoop journaal gekeken.
Het tot aan het begin van de twintigste eeuw nog voor elke buitenlandse natie
helemaal gesloten Japanse eilandenrijk was (op Deshima, een Nederlandse
handelspost na) na de oorlog met het grote Rusland, een oorlog die dit laatste
land zo smadelijk verloren had, bezig met een enorme expansie. Zo was het in
1931 Mantsjoerije binnen gevallen en had dat land het jaar daarop tot een vazal
staat gebombardeerd. De Japanners schenen overigens vreselijk huis te hebben
gehouden in het land, zoals ze uit veel kranten hadden vernomen. Er was sinds
jaren een enorme uitbreiding van leger, vloot en luchtmacht gaande. Nee, Japan
was zeker geen tegenstander van klein formaat meer.
‘Nu, de regering heeft, met aan
zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, redenen om aan te nemen dat Japan het,
onder zijn keizer en leidende militaire heersers van de Shogun kaste, niet
alleen op China heeft gemunt, maar zeker ook op ons Indië. Met onze KNIL alleen
kunnen we dat grote eilandenrijk natuurlijk niet beschermen. En ook met de
vloot, zoals die er nu voorstaat, zal dat niet gaan lukken. De schepen Java en Sumatra zijn weliswaar moderne kruisers, maar we hebben ernstige
redenen om aan te nemen dat de Japanner momenteel bezig is met het leggen van
de kielen van minstens drie zware kruisers van de zogenaamde Mogami klasse. Verder heeft Japan
natuurlijk haar gemoderniseerde marineluchtvaartdienst, die vanaf
vliegdekmoederschepen opereert en daar heel modern mee omgaat. Nee, heren, wij
zullen die drie moderne schepen hard nodig hebben over niet al te lange tijd.’
Hij stak opnieuw en sigaret op en
presenteerde. Witten stak ter verontschuldiging zijn pijp in de hoogte maar de
beide jonge officieren accepteerden.
Even viel er een stilte in de kamer,
onderbroken door de hese claxon van een vrachtwagen in de straat. Deckers
schraapte zijn keel. ‘Welnu, heren, alles wat U hier gehoord heeft, dient
natuurlijk in de grootste geheimhouding bewaard te blijven. De plannen zijn dan
wel in een vergevorderd stadium, maar de regering moet die plannen nog door de
kamer zien te krijgen en ik zal U nu al verzekeren dat dat geen sinecure zal
zijn, gelet op al de bezuinigingen enzovoort. Maar dat is een taak waar ík me
van zal moeten kwijten.’ Er viel weer een stilte en de beide jongeren voelden
dat het gesprek een onaangename wending zou gaan krijgen. Decker zuchtte diep,
tikte nerveus de as van zijn sigaret en veegde nog eens zijn voorhoofd af.
‘Heren, de afgelopen nacht zijn de plannen
voor de slagkruiser gestolen. In ieder geval worden ze vermist!’
Geen opmerkingen:
Een reactie posten